Landbouw wordt eindelijk een marktgedreven sector
maandag 23 jan 2012[Dit artikel verscheen ook op donderdag 19 januari in het Financieele Dagblad]
Voor onze huidige Nederlandse landbouw breekt een keerpunt aan, aangezwengeld door een aantal belangrijke ontwikkelingen. De belangrijkste katalysator, die ook het snelst zichtbaar wordt, is de sanering van landbouwbedrijven die de gezamenlijke Nederlandse banken in 2012 en 2013 gaan forceren.
In de wandelgangen klinkt het steeds duidelijker: de banken maken een eind aan die landbouwondernemingen die nu al een paar jaar ‘onder water staan’. Bedrijven die al een paar jaar geen rendement hebben gemaakt of die van de bank uitstel van betaling vragen, terwijl hun onderpand alleen maar in waarde daalt. Het op grote schaal veilen van deze bedrijven komt er aan; een aarzelend begin zagen we vorig jaar al in het Westland. Het gaat vermoedelijk om 40 procent van de huidige bedrijfstak; de precieze omvang is niet bekend, omdat cijfers behoorlijk geheim zijn.
Een belangrijk deel komt terug door het omzetten van landbouwgrond in verstedelijking. Er is enorme behoefte aan woon- en bedrijfsruimte in de verstedelijkte gebieden. Nu woont en werkt 50 procent van de bevolking in de stad, over een jaar of vijftien is dat minstens 70 procent. Daarnaast is er behoefte landbouwgrond om te zetten in recreatiegebied. En ten derde willen we ook meer natuur terug. Zo’n vier tot vijf miljard euro van de afschrijvingen kunnen hiermee gecompenseerd worden.
Een andere inkomensbron voor de banken is het overdoen van de slecht renderende landbouwbedrijven aan hen die er wel een koek van kunnen bakken. Dat gaat geschat om zo’n vijfduizend bedrijven. Die kunnen andere bedrijven voor de helft van de prijs aankopen en door synergie en ondernemerschap een gezonde toekomst garanderen. Grof geschat blijven er van de zeventigduizend landbouwondernemers zo’n tienduizend over. Maar dat zijn dan de werkelijke ondernemers.
De overheid wil een overgang naar volledige marktwerking, waarin ondernemers met oog voor consument en concurrent de landbouw managen. Ondernemers die hun bedrijfsvoering niet afhankelijk hebben gemaakt van garantieprijzen, subsidies of inkomenssteun. Ondernemers die meer oog krijgen voor afzet dan voor productie. Waarbij overigens de productie in grote mate wordt bepaald door duurzaamheid, diervriendelijkheid, gezondheid en eerlijke handel. De rol van de overheid verschuift van geld geven naar wettelijke normen zetten. De overheid verwacht concurrentie op wereldschaal vooral met opkomende economieën als Brazilië, Rusland, India en China, die steeds goedkoper zullen produceren. Om dat bij te houden moeten we nog slimmer, intensiever en technologischer produceren. Gelukkig komen er uit Wageningen voldoende berichten dat hier nog een wereld te winnen is. Wageningen Universiteit vindt onze huidige productiesystemen verre van efficiënt.
De landbouwsector krijgt eindelijk trekken van een normale markt. Het feit dat we straks met negen miljard mensen op deze aardbol wonen is geen bedreiging maar een kans. Er is een enorme behoefte aan voedsel en daarmee een markt. Niet voor niets roept superinvesteerder Jim Rodgers al jaren: ‘Word boer’. Het wordt een gewone markt met gewone en vertrouwde marktsegmenten. Er blijft ruimte voor het dure Japanse Wagyu-vlees én voor de kiloknaller, hoewel de laatste wel een andere en minder beruchte naam zal krijgen.
De voedselmarkt wordt steeds afhankelijker van consumentenbehoeften en wordt minder gedreven door productiemogelijkheden. Bepalend daarbij is een beeld dat aansluit bij consumenten met een redelijk besteedbaar inkomen, die de luxe hebben zich druk te maken over duurzaamheid, diervriendelijkheid, gezondheid en smaak. Het is niet uitgesloten dat deze groep de trend zet, vooral in termen van het op een andere manier produceren van voedsel, maar de invloed daarvan op het totaal moet lager ingeschat worden.
Er komen, mede door onzekere economische tijden, eigenlijk alleen maar meer consumenten die sterk op de prijs van voedsel letten en die de komende jaren misschien wel bezuinigen op voedsel. Niet dat ze tegen diervriendelijk, duurzaam en gezond zijn, hun portemonnee laat het gewoon nog niet toe. Of misschien beter: hun prioriteiten laten het niet toe. Voedsel verliest het van flatscreens, vakanties en auto’s.
In de nieuwe, vrije markt is plaats voor ondernemers die andere keuzes maken. Ze worden sowieso al geholpen door de ruimte die de sanering gaat bieden, maar het risico van meer van hetzelfde zit er nog steeds in. Die keuzes liggen op (minstens) drie terreinen.
Ten eerste: weg van anonieme markten, meestal ‘de wereldmarkt’, waar je geen betekenis hebt en waar uitsluitend wordt gekocht op de laagste prijs. Zoeken naar markten waar je wel betekenis hebt of kan opbouwen.
Ten tweede: weg van de focus op productie; richt je volledig op de consumenten, zorg dat je die kent en volgt.
En ten derde: kies ervoor om uit je eigen schaduw te stappen. Ga in het licht staan. Wees trots op wat je maakt en laat dat weten ook. Vertel zonder ophouden dat gezond en goed voedsel essentieel is voor een prettig leven. De feiten daarvoor zijn er in overvloed. - Jan Peter van Doorn








Olaf 24 januari 2012 15:02
Beste Jan Peter,
Op zich een heldere analyse op hoofdpunten. Of we het nu leuk vinden of niet dat drama in de (glasgroenten)tuinbouw gaat zich dit jaar voltrekken. Of het 40% wordt of de helft daarvan, het blijft een drama. Wat je echter niet aanraakt is dat wij in Nederland een handelsketenstructuur hebben die volledig aanbod gedreven en gestructureerd is. Terwijl, en dat onderschrijf jij ook, de markt volledig vraaggestuurd is geworden. Als we na deze crisis uit de ellende opkrabbelen dan zullen een hoop bedrijven, die het net gehaald hebben, weer gauw vluchten in de oude aanbodsgestuurde structuren. Dan ga je hetzelfde zien als bij de Eurocrisis, het blijft dan hollen achter de ellende aan. We moeten nú een andere ketenstruktuur in de markt gaan zetten, om straks met een zekere duurzaamheid uit de crisis te komen. Wat er nodig is, is een platform waar iedereen op kan handelen en waar iedereen kan zien wat de globale vraag en aanbod is. Waar consumenten betriokken kunnen worden in de innovaties en waar duurzaamheid als kwaliteitsfactor zichtbaar wordt gemaakt. Het blok van telers, handelaren en retail dat nu aan elkaar vastgeklonken zit op basis van een prijzen tang, zal moeten verdwijnen en overgenomen moeten worden door een transparante netwerkstructuur. Hie dat er precies moet uitzien is mij niet duidelijk, maar daar werk ik aan.
Jan Peter van Doorn 24 januari 2012 15:15
Olaf, je vindt me aan je zijde. En ja de kans is groot dat de sector weer in zijn oude patroon terugvalt en de nieuw gecreëerde ruimte weer vult met productie gedreven strategieën. In het stuk zeg ik ergens: De voedselmarkt wordt steeds afhankelijker van consumentenbehoeften en wordt minder gedreven door productiemogelijkheden.
En met jou zijn we niet de enige die dit zeggen. De ontvankelijkheid van de boodschap lijkt niet zo ruim. Misschien ligt dat wel aan ons, de boodschappers.
Reageer