De verafgoding van het nieuwe

De verafgoding van het nieuwe

Welk vakblad je ook openslaat, welk rapport je ook inkijkt, het staat bol van twee mantra’s. We moeten naar toegevoegde waarde en er moet geïnnoveerd worden. Laten we bij het laatste even stilstaan. ‘Innovate or die’, wordt er vaak gezegd. En ja natuurlijk, als je niet vernieuwt komt er een moment dat je achter de troepen aanloopt, of erger: in de bezemwagen zit. En dat is het moment dat je rijkelijk te laat bent. 

De angst daarvoor heeft de laatste veertig jaar tot een waar innovatieslagveld geleid. Met veel Nieuw. Nu nog nieuwer. Het allernieuwst. Sensationeel Nieuw. Maar met weinig nieuws. De obsessie voor innovatie heeft producten voortgebracht die slechts kleine variaties waren op het bestaande (enkele uitzonderingen daargelaten die de regel bevestigen). Met vrij desastreuze gevolgen. In de eerste plaats hebben we de consument gek gemaakt. Hem en haar het gevoel gegeven dat hij altijd achterliep. We hebben van NIEUW een koopsignaal gemaakt. Maar meestal met een bijbehorende tegenvallende ervaring. Zo nieuw was het eigenlijk niet, maar wel duurder. Kortom: wel eerste aankoop, maar geen herhaling. Dag innovatie.

Al bijna dezelfde veertig jaar geeft onderzoek aan dat minstens zeven op de tien innovaties mislukken. Van de tien Wheels of Retail (de jaarlijkse prijzen die door de supermarkten worden uitgereikt aan de beste introducties van dat jaar) blijven er na twee tot drie jaar slechts drie over. De kosten van een obsessie kunnen in de miljarden lopen. Onderzoek van Harvard University begin jaren ’90 stelt onomstotelijk vast dat een innovatie alleen maar succesvol kan zijn als het tot een beter product leidt op hetzelfde prijsniveau als het oude product.

Innoveren is doel geworden, allang geen middel meer. Productmanagers krijgen de opdracht per jaar minstens twee introducties te doen. Geldverslindende innovatieplatformen worden opgericht (en leggen weer even zo snel het loodje).

Ben ik tegen innoveren? Nee natuurlijk niet. Ik ben voor relevante, kwaliteitsverbeterende innovaties. Ik ben voor revolutionaire uitvindingen. Maar ik ben tegen alles wat er tussen zit. Introducties die alleen maar aanwezig zijn voor het innoveren om het innoveren. Of om de consument te misleiden met nieuw, nieuw, nieuw. Oude wijn in nieuwe zakken vaak. Een nieuw dopje, smaakje, etiketje, formaatje, ingrediëntje. Of nog duisterder: met TAED.

Ik zou al dat over de balk gegooide innovatiegeld liever gebruiken om ordentelijke marketing te bedrijven. De productrelevantie goed voor elkaar te hebben. De zichtbaarheid en verkrijgbaarheid te vergroten. De werkelijke connectie met de consument op te zoeken. De fysieke en psychologische productwaarden te verankeren. De communicatie met de omgeving op orde te krijgen. Gewoon, van die dingen.

De eerste tien van de Distrifood Merken Top 100 zijn overigens helemaal niet zulke enorme innovators.

Jan Peter van Doorn

Reacties

  • Pascal Philipsen 19 februari 2012 21:30

    Voedsel terug naar echte smaak en oorsprong is de ‘nieuwe innovatie’. Geen waarde zonder waarden!
    Innoveren gebeurt ook aan het begin van de voedselketen : bij boer en tuinder. Nieuwe diervriendelijke houderijsystemen, nieuwe akkerbouwmethodieken met minder kunstmest en herbicidengebruik. Kortom duurzame innovaties aan de bron die er echt toe doen. Geen opsmuk, maar daadwerkelijk gesloten kringlopen creëren. Alleen nog te communiceren naar de samenleving…..‘over connectie met de consument’ gesproken. 

    Boer&Co;

  • Jan Peter van Doorn 20 februari 2012 07:42

    Het punt is een beetje dat veel innovaties achterlopen op dat wat de samenleving vraagt: diervriendelijkheid, minder kunstmest of antibiotica enzo. Dat maakt het communiceren er van er niet makkelijker erop. In feite is het voortdurend achter de feiten aanlopen.

Reageer

Login om te reageren

Ik heb nog geen gebruikersnaam en wachtwoord





Banner1 The Food Agency

Column

JAN PETER VAN DOORN

Consumenten vertrouwen

Consumenten vertrouwen 'Consumentenvertrouwen' is een mooi begrip. En voor mij toch altijd de graadmeter voor hoe het erbij staat. Onder het motto: consumenten leven het dichtste bij de echte wereld. Het consumentenvertrouwen is al sinds 2007 onder het nulpunt en daalt nog steeds. En af en toe gaat het van negatief naar iets minder negatief.  Een laag consumentenvertrouwen is slecht voor de economie. Of beter gesteld: slecht voor onze om- en afzet. Wij, producenten, verkopers, marketeers en adviseurs, worden daar behoorlijk moe van. Wij, producenten, verkopers, marketeer en adviseurs proberen dan de moed er wat in te houden. Soms tegen beter weten in. [ Lees meer ]

Laatste reacties

  • Hoi Olaf,
    Nee geldt voor sectoren, maar die van food het mijn...
    Jan Peter van Doorn - 15 maart 2013 15:46
  • Beste Jan Peter,
    Helder verhaal, maar zeker niet alleen voor de...
    Olaf - 14 maart 2013 14:20
  • Paul,
    Dank voor je reactie. Ik deel je mening dat Topsectoren beleid...
    Edwin Palsma - 07 februari 2013 11:50
  • Een goede analyse van de controverse die nu bestaat: het MKB zou de...
    Paul Visschedijk - 04 februari 2013 12:53
  • Schaalvergroting en schaalverkleining doen zich gelijktijdig voor. De...
    HermanMertens - 18 december 2012 14:02
  • Ik moet zeggen dat ik hier geen onverstandige dingen lees. Zo gek is...
    deheij - 18 december 2012 07:27
  • De ondervraagden, in totaal 2100 personen, zijn een weerspiegeling van...
    Edwin Palsma - 13 december 2012 14:41
  • Volgens mij zijn de verkeerde mensen ondervraagd. Voor mij en heel...
    Antonia - 09 december 2012 18:25
Banner 2 TOP